• * Het Centrum voor Medisch Begeleide Voortplanting van het Universitaire Ziekenhuis Sint-Pieter is gespecialiseerd in reproductieve geneeskunde. Een referentiecentrum die het label ISO 9001: 2008 verkreeg en geaccrediteerd is bij de FAGG (Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten).

De complicaties

Ernstige complicaties van in-vitrofertilisatie komen zelden voor (ongeveer 2 %); ze vergen een correcte diagnose en aanpak om het risico op gevolgen te minimaliseren.

 

1- Complicaties door de ovariumstimulatie:

  • ongemak door de stimulatie: op het einde van de stimulatie kan er een zwaartegevoel in de buik optreden door gezwollen ovaria.
  • ovarieel hyperstimulatiesyndroom ("OHSS"): dit is een complicatie waarbij de ovaria onverwacht hevig worden gestimuleerd, wat leidt tot een pathologische stijging van de hormoonspiegels en anomalieën van de vasculaire permeabiliteit. Er doen zich dan gelijktijdig twee fenomenen voor: er lekt vocht in virtuele holten zoals de buik (ascites of buikwaterzucht), de pleura (pleura-effusie), de longen (oedeem) en zelden het pericard, terwijl ook de viscositeit van het bloed toeneemt, met risico op trombose.
    Dit syndroom heeft verschillende ernstgraden.
    Meestal gaat het om een goedaardige aandoening die spontaan geneest door rust, een controle van de vochtaanvoer dankzij bloedonderzoek en echografie, eventueel gekoppeld aan een stollingswerende behandeling.
    Bij meer ernstige complicaties wordt een ziekenhuisopname voorgesteld om de patiënte van nabij te kunnen volgen. Soms dringt er zich een punctie van het in de buik opgehoopte vocht op. Zeldzame ernstige gevallen vergen een toezicht op dienst intensieve zorg.
  • Adnexiële torsie (0.1 tot 0.8%): gestimuleerde ovaria nemen 3 tot 10 keer in omvang toe. Onder het gewicht ervan kan het gebeuren dat hun vasculaire assen draaien en dat de bloedtoevoer wordt afgeremd. Dit risico houdt verband met het volume van de ovaria (frequenter bij OHSS). De torsie kan laattijdig intreden, na de punctie van de eicellen (4-11 weken). Het gaat om een complicatie die zich vaak onverwacht voordoet, pijnlijk is en gepaard gaat met misselijkheid en braken. Er wordt meestal geopteerd voor een heelkundige ingreep (detorsie via laparoscopie). 

 

2- Complicaties als gevolg van de eicelpunctie:

  • Bloeding: na een eicelpunctie is bloedverlies uit de vagina en de buik normaal. In zeldzame gevallen is het bloedverlies abnormaal groot en dringt er zich een speciale behandeling op: vaginale hechting of bij ongecontroleerd bloedverlies in de buik heelkundige ingreep om te zorgen voor hemostase (bloedstelping).
  • Infectie: wanneer de punctienaald doorheen de vagina gaat kunnen er kiemen in de buikholte belanden. Dat kan leiden tot een infectie die men doorgaans merkt aan een stijging van de lichaamstemperatuur en pijn in het bekken. Wanneer een infectie op tijd wordt opgespoord, kan ze vrij gemakkelijk worden bestreden met antibiotica.
  • Laesie van de bekkenorganen: het vaginale verloop van de eicelpunctie kan leiden tot laesies van de spijsverterings- of urinewegen. Het gaat om zeer zeldzame complicaties (0,04 %)

 

3- Complicaties door de vroegtijdige zwangerschap:

  • Buitenbaarmoederlijke zwangerschap (2 tot 11%): hoewel ze mooi in de baarmoeder zijn aangebracht, kan het gebeuren dat de embryo's (of het embryo) zich gaan verplaatsen naar de eileiders en er zich nestelen. Deze complicatie komt vaker voor bij anomalieën aan de eileiders.
  • Heterotopische zwangerschap (0,75 tot 1 %): dit is een zeer zeldzame complicatie waarbij een van de embryo's zich nestelt in de baarmoeder, het andere in de eileider.
  • Meervoudige zwangerschap: door een wettelijke beperking van het aantal terug te plaatsen embryo's in België, wordt het percentage tweelingzwangerschappen herleid tot 11 % (dat percentage bedroeg meer dan 25 % vóór het invoeren van de wettelijke beperking) en het percentage drielingzwangerschappen tot minder dan 1 %. Hoewel meervoudige zwangerschappen door onvruchtbare koppels doorgaans goed aanvaard worden, vormen zij een echte risicofactor voor het verloop van de zwangerschap en voor de gezondheid van de toekomstige kinderen. Bij een tweelingzwangerschap bevalt de helft van de moeders vroegtijdig en hebben de kinderen vier keer meer kans om op een neonataal centrum te moeten verblijven.

 

 

 

 

Plan du site CHU Saint Pierre - Bâtiment 200, 5è étage . Département de Gynécologie-Obstétrique

Centre de Fécondation In vitro - 322, Rue Haute - Bruxelles Tel +32(0)2 535 3406 Fax +32(0)2 535 3409