In het begin van elke cyclus, zullen verschillende eicellen zich
ontwikkelen in hun follikel in de eierstok, maar slechts ééntje komt
tot volledige rijpheid, terwijl de andere zullen verdwijnen.
Het proces van deze rijping gebeurt onder invloed van verschillende
hormonen.
Hormonen
zijn stoffen die uitgescheiden worden door endocriene klieren;
ze komen vervolgens terecht in de bloedcirculatie en zullen op
die
manier terechtkomen bij de verschillende doelorganen, waar
ze gaan ageren door
bijvoorbeeld deze opnieuw andere hormonen te doen uit scheiden
of door
de structuur van dit orgaan te gaan beïnvloeden om het voor
te bereiden op zijn latere functie.
Eén
van die endocriene klieren is de hypofyse, gesitueerd aan de hersenbasis.
Deze klier zal, onder invloed van de hypothalamus (in
de hersenen)
de menstruele cyclus in gang zetten door het vrijmaken van vnl.
2 hormonen.
Schematisch gezien, bestaat de cyclus uit 3 periodes:
1.
Voor de eisprong(=folliculaire periode)
Deze periode duurt normaal gezien van de eerste tot de veertiende
dag van de cyclus. Gedurende deze fase zal
de hypofyse FSH produceren.
Dit FSH zal de ontwikkeling van een follikel stimuleren,
welke een eicel bevat.

Deze
follikel zal op zijn beurt hormonen produceren, vnl. Oestradiol
(=oestrogenen). Onder de invloed van het FSH, zal
de follikel groeien en op het oppervlak van de eierstok een
klein zakje met water vormen, welke de eicel bevat. (Fig.2)
De oestrogenen werken in t.h.v. de baarmoeder:
-
Ze
zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het baarmoederslijmvlies
(endometrium) om de baarmoeder op deze manier voor te bereiden
op een eventuele innesteling van een bevrucht eitje. (Fig. 3);
-
Ze
bereiden de baarmoederhals voor op een betere doorgankelijkheid voor
de spermatozoïden door de baarmoederhals iets verder te
openen
en door de productie van slijm te stimuleren.
Anderzijds
zal een controlemechanisme in de eierstok zelf er voor zorgen
dat slechts één
eicel tot volledige rijpheid komt per cyclus. Op het einde
van de eerste fase van de cyclus, rond de
12de dag van de cyclus,
zal de hypofyse een grote dosis van een ander hormoon, LH genoemd,
vrij maken o.i.v. de verhoogde dosis oestrogenen in het bloed.
Dit is de LH piek leidend tot een eisprong. (Fig.4)
2.
De dag van de eisprong of ovulatie
37-38
uur na de LH piek, zal de follikel openbarsten o.i.v. LH.
Op deze manier komt de rijpe eicel vrij die zijn weg zal vervolgen
naar
de baarmoeder via één van de twee eileiders.
De ovulatie grijpt plaats rond de 14-15de dag van de cyclus.
3.
Na de ovulatie (luteale fase)
Deze
periode duurt in principe 14 dagen. Nog steeds onder invloed
van LH, zal de nu lege follikel zich omvormen
tot een geel lichaam. Dit zal oestrogenen produceren alsook in
grote hoeveelheden een ander hormoon, progesterone genaamd.
Het progesterone zal de verdere uitrijping van het baarmoederslijmvlies
bewerkstelligen, om zo het eventueel bevruchte eicel te
ontvangen. Ongeveer 15 dagen na de bevruchting zal het geel
lichaam
verdwijnen, indien de eicel niet bevrucht werd en/of zich
niet ingenesteld
heeft.
De
productie van progesterone en van de oestrogenen zal dan dalen, waardoor
het baarmoederslijmvlies afgebroken
en uitgestoten
zal
worden : dit is de menstruele vloed of de regels.
De hypofyse zal opnieuw FSH gaan produceren en zo herbegint
de cyclus.
Als
daarentegen, een embryo zich inplant zal de menstruele cyclus
onderbroken worden. Het embryo zal nu een nieuw
hormoon produceren:
hCG
(hormone chorionic gonadotrope), welk het leven van
het geel lichaam zal onderhouden, waardoor de productie
van
oestrogenen
en progesterone
verder gaat.