Gedurende de afname wordt de vloeistof, die zich in elke follikel
bevindt, onmiddellijk onderzocht op de aanwezigheid van een eicel.
De afgenomen eicellen worden, gescheiden van hun vloeistof, in
een plaatje gezet, welk een specifiek cultuur medium bevat.
Ze worden vervolgens geïnsemineerd met een suspensie van spermatozoïden
(zie verder) en worden in een incubator van 37°C geplaatst, in
het donker en in een atmosfeer van een gecontroleerde gassamenstelling.
Al
deze bewerkingen gebeuren uiteraard in de meest hygiënische
omstandigheden om elke eventuele infectie te vermijden.