Laten
we met een praktische beschrijving van de techniek beginnen. Kunstmatige
inseminatie bestaat er in om het sperma tot aan de hals van
de baarmoeder te brengen door middel van een apparaat,
een "bevruchter". De spermatozoïden gaan via de
endocervicale opening en de baarmoeder tot in de hoornen
van Fallope,
waar de bevruchting, eventueel plaatsvindt.
Het
embryo daalt dan naar de baarmoeder waar het zich na de 6de post-ovulatoire
dag nestelt.

Wat
is een "bevruchtingsapparaat"

Wij
gebruiken een "bevruchtingsdoom" samengesteld
uit een hemisferisch napje, een soepele
buis en een sluitingsklip. Het gebruikte sperma is ingevroren
in vloeibaar stikstof (-196°) en opgeslagen in "een bank" (metalen
kuip). Het sperma bevindt zich in een rietje
(fijn soepel buisje), elk rietje is goed voor + - 10
miljoen
beweeglijke spermatozoïden.
In
praktijk:
1.
Het napje wordt op de hals van de baarmoeder geplaatst; de
aanwezige lucht wordt door een spuit weg gezogen. Door
deze met de klip af te sluiten verhindert men dat het zich opniew
met lucht vult. Het napje wordt door het gecrëeerd vacuüm
op zijn plaats gehouden; de spuit kan dan verwijderd worden.
2.
Het rietje met de spermatozoïden zal ontdooid worden door
het enkele ogenblikken in lauw water te houden.
Het rietje wordt in
een geleider gebracht die dan aan het einde van de
soepele buis wordt bevestigd. De klip wordt geopend om
het sperma te laten doorvloeien; vervolgens
opnieuw gesloten en de geleider
wordt
verwijdert.
3.
Dit apparaat blijft
enkele uren (4 tot 6 uur) op zijn plaats om een optimaal contact
te hebben tussen het sperma en het endocervicale slijm.
Dit aangebracht hulpmiddel verhindert niet de dagelijkse bezigheden
verder te zetten. Door de klip te openen vermindert de zuigkracht
en het
napje kan dan pijnloos verwijdert worden door er lichtjes aan te
trekken. Het geheel wordt met lauw water gespoeld en na sterilisatie
(met open klip) kan het opnieuw gebruikt worden..
De
inseminatie is een pijnloze behandeling die gemiddeld
1 à 2 keer per cyclus wordt uitgevoerd.
De
eerste inseminatie vindt 1 à 2 dagen plaats voor de
ovulatie.
Men
maakt gebruik van echografie en een hormonale dosage (LH, E2,
P)om het moment van de ovulatie te bepalen.