3.
Hoe selecteert men de donor?
Het
UMC Sint-Pier bezit zijn
eigen spermabank. In het begin, werd er een informele
reclame gevoerd in de omgeving van de artsen en het personeel van
de dienst. Momenteel rekruteren we onze donors door
"mond aan mond" reclame.
Ze
dienen zich aan bij de
arts die een diepgaand gesprek met hen heeft en die
vergaande sperma en bloedonderzoeken uitvoert. Deze onderzoeken
maken het mogelijk om zich van de kwaliteit van het
sperma te verzekeren en om bepaalde genetische (mucoviscidose,
afwijking van de chromosomen) en besmettelijke ziektes uit te sluiten
(AIDS,
syfilis, chlamydia, hepatitis, cytomégalovirus) die overdraagbaar
zouden zijn. De kenmerken van de donor zoals,
bloedgroep, grootte, gewicht en andre fysische karakteristieken
worden genoteerd.
Uiteindelijk
wordt slechts 40% van de kandidaat-donors weerhouden.
Hierna,
moet het sperma nog aan de cryopreservatie
(cryo = koud) in vloeibaar stikstof (-196°C) kunnen weerstaan.
Het
sperma wordt in de eerste plaats gecryopreserveerd om
het in "quarantaine" te
plaatsen, gedurende 6 maanden, om dan de donor opnieuw
te testen op de verschillende
sexueel overdraagbare ziektes (AIDS...) en elk risico van
beginnende besmetting in de incubatieperiode
aldus uit te sluiten.
Om
zich beter tegen de temperatuurschok te beschermen, wordt
het sperma gemengd met een verdunde oplossing die,
enerzijds, een beschermingsrol
heeft voor het sperma tegen de lage temperatuur, en anderzijds,
een voedzaam milieu moet waarborgen.
De
gehomogeniseerde mengeling wordt over verschillende rietjes
verdeeld.
Elk
ejaculaat maakt het mogelijk om ongeveer 6 rietjes te vullen.
Er bestaat
een dubbel veiligheidssysteem voor de identificatie van het rietje,
gebaseerd op codes van kleuren
en cijfers. Elke hanteringsfout wordt dus virtueel
uitgesloten.
De
gever ontvangt een schadevergoeding van € 40 voor zijn
reiskosten en gebrek aan inkomsten.
Onder
de motivatie van de donor, vindt men vaak:
In
België gebeurt, tot op vandaag, artifiëlle inseminatie
anomien,
zowel voor de donor, als voor de
ontvanger en het kind.
Voor
een nieuwe zwangerschap, gebruikt men over het algemeen
dezelfde donor, zonder dat men dit evenwel absoluut
kan garanderen. De donor zal
niet weten voor welk paar, noch voor welk(e) kind(eren) zijn sperma
zal gebruikt worden. In feite zal hij zelfs
niet weten of zijn sperma ooit
werd gebruikt.
Het
paar of het kind zullen nooit de mogelijkheid hebben om de identiteit
van de donor te
kennen.
Een
telling van "de nakomelingen" (aantal
geboortes die met het sperma
van dezelfde donor zijn verkregen) wordt uitgevoerd om de risico's
van bloedverwantschap in de bevolking te minimaliseren. Statistieken
hebben uitgewezen dat dit risico nog altijd beduidend lager
ligt dan de natuurlijke bloedverwantschap in de bevolking.
De
anonimiteit wordt gewaarborgd door het medisch beroepsgeheim en
door de specifieke organisatie
van de spermabank zelf (specifiek
dossier, los van het
ziekenhuiscircuit, het persoonlijke nummer van de donor verschilt
van het nummer van zijn dossier...).