4.
Wat moet men doen om A.I.D. te beginnen?
Het
beroep doen op A.I.D. is in het algemeen het resultaat van "een
verregaande op punt stelling" van
de feriliteit van het paar. Zij is, soms, de enige oplossing
na verschillende in-vitro fertilisatie mislukkingen.
Om
A.I.D. te beginnen, zal het koppel de arts
ontmoeten waarmee
zij een onderhoud hebben. Dit is een belangrijk moment
voor het paar om hun wensen en hun vrees
te uiten,
en
om vragen te stellen. De arts ondervraagt de partners op
hun verlangen om een kind te dragen en op te voeden, de aanvaarding
van de steriliteit, op de stabiliteit van
de unie... het
welzijn
van het kind hangt, onder meer, af van het akkoord
en van de wil van het paar om een familie, door A.I.D.,
te
stichten.
Een
tweede onderhoud zal plaatsvinden met
de psychiater verbonden aan de dienst van de medisch geassisteerde
voortplanting. Deze zal met het paar deze bijzondere soort
ourderschap bespreken.
De psychiater zal een potentiële gesprekspartner zijn in
geval van in vraagstelling door het paar of als er
zich na de geboorte van het kind problemen stellen. Als het koppel
verkozen
heeft om geheimhouding op hun verwekkingsmanier te behouden,
zullen
zij
gerustgesteld zijn door te weten dat ze zich tot één
persoon in het bijzonder kunnen wenden gebonden door
het beroepsgeheim, die op de hoogte is van hun situatie en
gespecialiseerd is in de psychologische ontwikkeling van het
kind. Als het koppel besluit
om met het kind over zijn conceptie te praten,
zullen zij vaak de hulp van de psychiater waarderen
om de juiste woorden en momenten te vinden.
Dokter
Jouannet zegt:
"De
steriliteit is een even diepe als onzichtbare wonde waarmee
de man moet leren leven.
A.I.D. is geen behandeling van de mannelijke steriliteit,
het is een mogelijkheid die aan de onvruchtbare man geboden
wordt om
vader te worden vanaf de conceptie".
Teneinde
de behandeling onder de beste omstandigheden uit te voeren,
zal de arts zich
van de vruchtbaarheid van de vrouw verzekeren door:
-
een
onderzoek van de gynaecologische
en verloskundige antecedenten en ondergane behandelingen;
-
een
hysterosalpingographie,
dat wil zeggen een radiologisch onderzoek
dat het mogelijk maakt om de afwezigheid van interne
afwijking van de baarmoeder en
de vrije doorgang van de eileiders te controleren;
-
een
bloedafname (vaststelling van de bloedgroep en rhésus,
opsporing hepatitis, AIDS, syfilis, chlamydia, rodehond,
toxoplasmose, CMV, mucoviscidose,
fragile X);
-
een
studie van de baarmoederhals in de ovulatie periode
om zich ervan te overtuigen dat zij een goede doogang van
de spermatozoïden
toelaat;
-
de
gewone gynaecologische
onderzoeken (hals
van de baarmoeder, borsten) zullen up to date moeten
zijn.
Indien
noodzakelijk zal men een beroep doen op
een hormonale en echografische
opvolging van de cyclus, als deze
onregelmatig of niet ovulatorisch blijkt
te zijn. Na afloop van
deze onderzoeken wordt de vrouwelijke
vruchtbaarheid beoordeeld en zullen de
eventuele opgespoorde problemen vooraf
behandeld
worden alvorens
met de AID procedure te starten.